‘Schoon als de toevallige ontmoeting op een snijtafel van een paraplu en een naaimachine…’ dichtte Isidore Ducasse in 1869. De surrealisten verhieven deze zinsnede uit de Chants de Maldoror tot een artistiek beginsel. Ook in het leven van alledag kan uit de verrassende combinatie van voorwerpen en materialen pure poëzie ontstaan. In de cataloog zijn daarvan vele voorbeelden te vinden: de balk boven de ingang van een huis, die fungeert als geïmproviseerde berging voor een tandenborstel, een aan een wandelstok bevestigde schoen als peddel, of een houten stoel zonder zitting, waarvan het door roze japonstof omwonden frame aan een reddingsboei doet denken.
Hoezeer de voorwerpen en situaties soms ook tot de verbeelding spreken, iedere artistieke intentie is hun vreemd. Als deze wonderlijke samenraapsels van materialen en vormen een esthetische aantrekkingskracht uitoefenen, dan is dat het onbedoelde neveneffect van een ingreep die praktisch nut beoogde.
Aanvankelijk dienden de foto’s voor eigen gebruik, als model en inspiratiebron voor sculpturen.Daarnaast waren ze als zelfstandige werken op de tentoonstelling te zien zijn.
Toevallige sculpturen,onderzoek naar een vitale vormentaal, die niet ontspruit aan esthetiek, maar wortelt in de drang tot voortbestaan en daaraan zijn schoonheid ontleent.
Wat deze elementen met elkaar gemeen hebben is dat ze zich begeven op een overgang: tussen het echte en het geconstrueerde, het origineel en de reproductie, tijdelijkheid en permanentie. Het ligt dus voor de hand om het werk te bezien is vanuit een discours dat al decennia lang inspeelt op de aard en status van de kunst in termen van materiële en immateriële waarde, esthetiek en houdbaarheid. Planten op sokkels, sculpturen uit wegwerpmaterialen en functieloze tentoonstellingswanden kunnen worden geïnterpreteerd als een conceptuele benadering van “het kunstwerk als zodanig” en een tong-in-cheek methode om de grenzen ervan opnieuw aan de orde te stellen.
Hoewel dergelijke principes onderhuids aanwezig zijn, worden ze uiteindelijk ingezet met een ander doel.Ingzoomd op details uit het dagelijks leven, zoals die zich maar even, in het voorbijgaan aandienen. Een toevallige constellatie van dingen waar je blik op valt, een dode vlieg tussen het stof op de vloer. De waarde van dergelijke zaken in termen van esthetische of emotionele betrokkenheid is altijd persoonlijk, afhankelijk van omstandigheden en dus -in tijd- onhoudbaar.
De schijnbare terloopsheid waarmee de sculpturen gepresenteerd worden toont aan dat de toekenning van waarde betrekkelijk is; een mentale constructie van voorbijgaande aard in een ruimte die, in dit geval, letterlijk continu in beweging is en waarbinnen de dingen door iedereen anders worden gezien.